Lemmer, schattig dorp, grootse loods.
De draai naar het meer, windhoos.
Regen erbij, bar en boos.
Timo dendert door, ik volg gedwee.
Golven steeds hoger, oh Zuiderzee.
Wordt die dijkweg nog anders? Zucht, nee.
Even variatie, schapen rennen mee.
Met één lammetje was ’t goed loos.
En terwijl er steeds meer palen op de dijk en in het water herrezen.
En de zon voorzichtig door de wolken scheen.
Steeds meer turbines die zoemden, zou het ooit genoeg wezen?
De saaie polder en dijk, nee, veel leek er niet te verpesten.
Maar terwijl we verder rennen naar het zuid-westen.
En er bijna elke meter een paal de grond in wordt geboord.
Is het zicht vanuit en de blik op het fraaie Urk, voorgoed verstoord.